Wijsheid zit in de gezamenlijkheid: een gesprek met Tine de Moor

Wijsheid zit in de gezamenlijkheid: een gesprek met Tine de Moor

07/02/2026 - 13:25

Tine de Moor is hoogleraar Social Enterprises and Institutions for Collective Action aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze bestudeert al dertig jaar burgercollectieven, organisaties die door burgers zelf worden opgericht om gemeenschappelijke goederen te beheren: energie, voeding, zorg, mobiliteit. Zij ging voor de podcast De Duurzaamheidstransitie in gesprek met Rob van der Rijt over wijsheid, cognitieve dissonantie en de lange weg naar systeemverandering.
Logo sustainability-transitions.buas.nl
  • Podcasts
Controle terugnemen

Burgercollectieven, of "instituties voor collectieve actie" zoals ze in de academische wereld heten, zitten ergens tussen overheid en markt in. Ze werken lokaal, zijn verantwoording schuldig aan hun leden, en denken op de lange termijn. Maar het belangrijkste kenmerk is misschien wel dit: ze nemen bewust controle terug over hoe basale behoeften worden vervuld.

"Wie heeft er van ons nog iets te maken met het productieproces van energie?" vraagt De Moor. Het antwoord is bijna niemand, en dat heeft gevolgen. Wie ver van een productieproces afstaat, heeft minder last van het rekening houden met de negatieve consequenties van dat proces. Dat is wat De Moor cognitieve dissonantie noemt: je weet dat er iets misgaat, maar je vertaalt dat niet in je eigen gedrag.

Burgercollectieven doorbreken dat patroon. Een lid van een energiecoöperatie weet precies hoe een deel van zijn of haar energie tot stand is gekomen. Een voedselcollectief geeft zicht op het productieproces van voedsel. Die directe betrokkenheid maakt bewust gedrag niet alleen makkelijker, maar ook intrinsiek gemotiveerder.

Niet per definitie groen

Opvallend is dat duurzaamheid voor veel van deze collectieven geen primaire doelstelling is, maar een logisch gevolg. "Wanneer je grote groepen burgers samen in een organisatie zet en ze vanuit hun burgerzijn laat nadenken over hoe wij onze energie willen opwekken," stelt De Moor, "dan is het eigenlijk niet zo onlogisch dat ze komen tot de keuze voor duurzame energie."

Ze verwijst naar de literatuur over 'wisdom of the crowds': grote groepen mensen die gezamenlijk nadenken, komen vaak uit op maatschappelijk georiënteerde keuzes. Collectieve besluitvorming heeft, zo bezien, iets inherent duurzaams.

Diversiteit: de verkeerde kant op

De vraag of burgercollectieven divers genoeg zijn, krijgt regelmatig aandacht. De Moor nuanceert. Uit de eerste monitor van burgercollectieven in Nederland, gepubliceerd via het kennisuitwisselingsplatform Collectieve Kracht, blijkt de diversiteit mee te vallen. Energiecoöperaties hebben wel een wat ouder en mannelijker profiel, maar dat heeft volgens haar meer te maken met de aard van de techniek en de vereiste investeringen dan met uitsluiting.

Intrigerender vindt ze echter de andere kant van de diversiteitsdiscussie. "De hogere inkomensklassen zie ik nauwelijks vertegenwoordigd bij burgercollectieven, terwijl zij juist degenen zijn die zouden kunnen investeren in die collectieven en daarmee in de lokale economie." En als het gaat om het ecologische voetafdruk is het precies die groep die het meeste impact heeft.

Wijsheid als doorleefde kennis

Wat is wijsheid eigenlijk? De Moor denkt er even over na. "Wijsheid komt als je heel veel perspectieven hebt gezien," zegt ze. Het heeft niet per se met leeftijd te maken, maar met een doorleefde kennis: kennis die je keer op keer toetst, ook aan wat haar tegenspreekt.

Als ze een beeld moet kiezen, ziet ze "heel veel pijltjes die in allerlei richtingen wijzen, maar waar je toch een soort pad in kunt vinden." Een richting die zichtbaar wordt niet ondanks, maar dankzij de veelheid aan perspectieven.

Kleine stappen of grote systeemverandering?

Het debat over kleine stappen versus grote systeemverandering is bekend. De Moor kiest geen kant, maar wijst op de mechanismen die duurzaam gedrag kunnen verankeren. Marktprikkels alleen werken onvoldoende: een goedkoper alternatief kan koopgedrag zo omgooien. Wat beter werkt is groepsdruk, sociale controle en een omgeving die duurzaam gedrag bijna automatisch maakt. Niet als iets wat van buitenaf wordt opgelegd, maar als iets wat mensen zelf willen.

Grote transities gaan ook altijd via de randen, benadrukt ze. Ze wijst op de geschiedenis van de coöperatiebewegingen in de 19e eeuw: destijds bijna revolutionair, nu deel van het dagelijks leven. Collectieven van nu planten vergelijkbare zaden. En hoe meer kritische massa ze bereiken, hoe zichtbaarder het alternatief wordt voor mensen die er nu nog helemaal niet mee bezig zijn.

Weerbaarheid als bindmiddel

De timing is gunstig. Begrippen als gemeenschapskracht en weerbaarheid staan volop in de belangstelling, ook in politiek Den Haag. De Moor ziet daarin een kans. Weerbaarheid is meer dan een noodpakket: het veronderstelt een lokale gemeenschap waar mensen op terug kunnen vallen. Sociale cohesie, burgerschap, onderlinge hulp. Het besef dat dat nodig is, groeit.

En is samenwerking uiteindelijk iets menselijks? "In de natuur heb je zowel samenwerking als competitie," zegt De Moor, "maar samenwerken is voor mensen eigenlijk een soort default." We zijn er de laatste eeuwen alleen wat van overtuigd geraakt dat het anders zou moeten zijn. Burgercollectieven herinneren ons eraan dat dat niet zo is.

Beluister hier het volledige gesprek in aflevering 6 van onze zoektocht naar "Wat is wijsheid" van de podcastserie "De duurzaamheidstransitie."